Passend onderwijs

Op 1 augustus 2014 is de wet op passend onderwijs ingegaan. Dit houdt in dat alle leerlingen van het samenwerkingsverband Eindhoven een passende vorm van onderwijs binnen de regio moeten kunnen ontvangen. Basisscholen kunnen, wanneer dit nodig is zorgarrangementen inkopen om deze zorg  uit te kunnen voeren. Welke zorg nodig is bepaalt de leerkracht samen met ouders en de interne begeleiding. Indien er extra zorg ingezet wordt, gelden daarvoor specifieke procedures. 

In specifieke gevallen kunnen leerlingen vanaf groep 6 voor bepaalde vakgebieden een individuele leerlijn krijgen. De doelen en de aan te bieden leerstof worden uiteengezet in een plan dat we het ontwikkelingsperspectief (OPP) noemen. Belangrijk hierbij zijn de verwachtingen van het niveau dat de leerling op de diverse vakgebieden zal kunnen behalen en het uitstroomperspectief richting het voortgezet onderwijs, rekening houdend met zijn mogelijkheden. 

Deze leerlingen worden uitgebreid besproken met de intern begeleider en er zal advies gevraagd worden aan de orthopedagoog generalist van SALTO of andere externe deskundige(n). Uiteraard worden ook ouders tijdig en uitgebreid op de hoogte gesteld en betrokken bij het proces. 

Er wordt een ontwikkelingsperspectief opgesteld dat drie keer per jaar geëvalueerd en bijgesteld wordt. De toetsen zullen aangepast worden aan het niveau van de leerling om de vorderingen bij te houden en om te kijken of de leerling zich naar verwachting ontwikkelt. Dit betekent dat bij de leerling toetsen van een lager leerjaar zullen worden afgenomen voor de vakgebieden begrijpend lezen, rekenen en evt. spelling. 

Zorg- en begeleidingsstructuur 

De begeleiding van de leerlingen vindt plaats op vijf zorgniveaus: 

Zorgniveau 1: Zorg op groepsniveau (gewoon goed lesgeven volgens de aanwijzingen van de methode). 

Zorgniveau 2: extra zorg op groepsniveau (pre-teaching, re-teaching, differentiatie vanuit de methode, extra instructie aan de instructietafel). 

Zorgniveau 3: Extra zorg op schoolniveau door interne deskundigen. 

Zorgniveau 4: Extra zorg op schoolniveau door externe deskundigen. 

Zorgniveau 5: Plaatsing in het Speciaal (Basis) Onderwijs. 

* Toelichting zorgniveau 1 en 2 

Drie keer per jaar worden onder leiding van de intern begeleider groepsbesprekingen gehouden met de parallelleerkrachten van een bouw. Toetsgegevens worden geanalyseerd op groepsniveau. Daar waar nodig stelt de leerkracht zijn lesprogramma hierop af. Dit kan hij doen in de vorm van groepsplannen, waarin op minimaal drie niveaus lesgegeven wordt. De kinderen die naast deze begeleiding nog extra ondersteuning of hulp nodig hebben, worden door de leerkracht ingebracht in de leerlingbespreking met de intern begeleider.  

* Toelichting zorgniveau 3 

Hulpvragen betreffende individuele leerlingen, worden drie keer per jaar besproken met de intern begeleider (zorgniveau 3) in een individuele leerlingbespreking. Deze bespreking kan aanleiding zijn voor een observatie in de vorm van een klassenbezoek door de intern begeleider of vervolgbesprekingen t.a.v. de leerling. 

Op zorgniveau 3 worden individuele onderwijsbehoeften van leerlingen verder in kaart gebracht, waarop vervolgacties plaats kunnen vinden. Deze acties worden in ParnasSys beschreven en ouders worden ingelicht. De intern begeleider blijft deze leerling monitoren. 

* Toelichting zorgniveau 4  

Wanneer de hulpvraag van een leerling niet opgelost kan worden of wanneer individuele interventies te weinig of geen effect hebben gehad, wordt deze leerling besproken met de orthopedagoog generalist van SALTO, dhr. Frans van de Schans, in de consultatieve leerlingbespreking (CLB).  De orthopedagoog generalist is 5 tot 6 keer per jaar een ochtend op school hiervoor aanwezig. 

In overleg met de orthopedagoog generalist, de intern begeleider en de ouders kan besloten worden om verder diagnostisch onderzoek te doen. Deze onderzoeken vinden plaats op school en worden uitgevoerd door een orthopedagoog of onderwijspsycholoog van SALTO. De bevindingen van een onderzoek worden indien gewenst uitgebreid besproken met de ouders, de groepsleerkracht en de intern begeleider. Ouders kunnen ook besluiten zelf een onderzoek te laten uitvoeren door externe deskundigen of instanties.  

De ondersteuningsbehoeften van de leerling worden verder in beeld gebracht en er wordt bepaald of en welke ondersteuning nodig is en of die op school of elders geboden wordt. Wij werken hierin samen met de Expertisedienst van SALTO.  

Wanneer er extra middelen ingezet worden, wordt er een ontwikkelingsperspectief (OPP) opgesteld waarin duidelijk beschreven staat welke acties ondernomen worden, welke doelen nagestreefd worden en welke middelen ingezet worden. Drie keer per jaar wordt dit OPP samen met ouders geëvalueerd en bijgesteld.  

Leerkrachten kunnen ook, via de intern begeleider, een beroep doen op collegiale consultatie van een medewerker uit het speciaal basisonderwijs. Dit is een kortdurend traject.  

* Toelichting zorgniveau 5: 

Als al onze inspanningen niet tot het gewenste resultaat leiden, kan het nodig zijn een kind te verwijzen naar een school voor speciaal (basis)onderwijs (zorgniveau 5). Dit gebeurt in overleg met de ouders en pas na raadpleging van een orthopedagoog. Wanneer ouders en school overeenstemming hebben over het S(B)O advies, melden de ouders de leerling aan bij de S(B)O school van hun keuze. School en ouders leveren dossiergegevens aan. Op basis van deze gegevens bepaalt de S(B)O school of de leerling plaatsbaar is en volgt een triadegesprek (tussen ouders, basisschool en S(B)O school) waarin afspraken worden gemaakt in een plaatsingscontract. De aanvraag voor de toelaatbaarheidsverklaring (TLV) wordt samen verder ingevuld, ondertekend en opgestuurd naar het Samenwerkingsverband Eindhoven, Best, Son & Breugel. Een commissie geeft een verklaring van toelaatbaarheid tot het speciaal basisonderwijs af. De ouders kunnen het kind na ontvangst van deze verklaring inschrijven voor het bedoelde type speciaal (basis)onderwijs.