Inzet onderwijstijd

Activiteiten voor de kinderen 
De aanpak in groep 1-2 verschilt van die in de andere groepen. De leerdoelen worden bereikt via het werken rond thema's. Het werken in groep 1-2 gebeurt vanuit de kring. In de kring begint de schooldag en hier keren de kinderen ook steeds weer terug. Daarnaast wordt gespeeld en gewerkt aan tafels, in de speelhoeken, in één van de speellokalen en op het schoolplein. Specifieke activiteiten worden aangeboden in de kleine kring. De leerkracht nodigt daarvoor enkele kinderen uit, afhankelijk van de onderwijsbehoeften van de kinderen. Hiervoor leren we de kinderen om te gaan met uitgestelde aandacht. Terwijl de leerkracht de activiteiten begeleidt in de kleine kring, werken de andere kinderen zelfstandig aan afgesproken activiteiten. 

In de groepen 1-2 volgen we de landelijke ontwikkelingen nauwlettend. We werken in toenemende mate volgens programma gericht onderwijs (PGO) dat wil zeggen dat we werken vanuit een methode. Daarnaast wordt er gewerkt aan het zich veilig voelen, zelfvertrouwen en prikkelen we de nieuwsgierigheid en het nemen van eigen initiatieven zodat er ruimte komt voor ontwikkeling en groei. De laatste tijd hebben we onze aandacht extra gericht op het gebied van taal, vroeg- en voorschoolse educatie (VVE) en woordenschat.  

De leerdoelen voor deze jonge leerlingen worden verpakt in speel- en leeractiviteiten rond een thema. Spelen is leren! Op deze manier werken, is geen eenvoudige klus. Je moet als leerkracht goed naar kinderen kunnen kijken, goed weten wat je wilt bereiken en vertrouwen hebben in de eigen ontwikkeling van kinderen. Door middel van goede observaties vanuit het leerlingvolgsysteem 'KIJK!' kun je dan het niveau van de activiteiten aanpassen aan de mogelijkheden van het individuele kind. 

Er is ook ruimte voor spontaan leren lezen en schrijven, zoveel mogelijk binnen voor de leerlingen betekenisvolle contexten. 

Op het rooster worden verschillende leer- en vormingsgebieden onderscheiden. In de dagelijkse praktijk in de klas is dat voor de kinderen echter nauwelijks merkbaar. Wie speelt in de poppenhoek is ook bezig met taalontwikkeling, wie speelt met een lotto leert ook getallen of kleuren en wie op een vel papier de golven van de zee tekent, is bezig met voorbereidend schrijven. Er is veel aandacht voor taalvorming, omdat dit de basis is voor veel ander leren. 

Basisvaardigheden 
De vakken lezen, taal, schrijven en rekenen zijn de basisvaardigheden. Ze vormen de basis voor elke andere ontwikkeling. 

Lezen 
Bij jonge kinderen is vaak al interesse aanwezig voor letters. Er is dan ook een leeshoek in ieder kleuterlokaal. Er wordt veel gebruik gemaakt van prentenboeken om de belangstelling voor het lezen te prikkelen. We werken met de nieuwste versie van de methode "Schatkist", waarmee een dekkend aanbod van activiteiten wordt gerealiseerd.  

Het aanvankelijk lezen begint in groep 3. In groep 3 gebruiken we de 3e versie van de methode "Veilig Leren Lezen", de Kim-versie. Hierbij hoort veel extra materiaal voor leerlingen die onder, op, of juist boven het gemiddelde niveau van de klas zitten.  

De groepen 1-2, 3 en 4 volgen het Protocol Leesproblemen en Dyslexie. Hierin zijn alle toets- en signaleringsmomenten, groepsbesprekingen en handelingsvoorstellen opgenomen. 

Vanaf maart worden leerlingen uit groep 3 die nét een beetje extra nodig hebben, geholpen door tutorlezen. Leerlingen uit groep 7 of 8 worden ingezet om drie keer per week een kwartier lang met de kinderen uit groep 3 te lezen. De zwakke lezers uit groep 4 krijgen vanaf het begin van het schooljaar al tutorlezen. 

Vanaf groep 4 oefenen de leerlingen het voortgezet technisch met behulp van de methode "Estafette". Er zijn ook momenten waarop leerlingen individueel lezen in zelfgekozen boeken. We vinden het belangrijk dat een kind plezier heeft in lezen. In de hogere groepen wordt veel nadruk gelegd op technisch lezen, begrijpend lezen en studerend lezen. Er worden samenvattingen gemaakt en er worden boekbesprekingen gehouden. Voor het begrijpend lezen gebruiken we in de groepen 4 t/m 8 de methode "Leeslink", waarbij aan de hand van actuele teksten de kinderen aan hun vaardigheid in het gebruik van leesstrategieën werken. 

Taal, spelling en woordenschat 
In de beginfase vormen taal, spreken, lezen en schrijven nog een eenheid. Er is veel aandacht voor creatief taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk.  

In groep 3 zijn taal en lezen sterk met elkaar verweven binnen de leesmethode "Veilig Leren Lezen". Vanaf groep 4 gebruiken we de taalmethode "Taal in Beeld", waarin ook speciale leerstof verwerkt is voor de ontwikkeling van de woordenschat (bijvoorbeeld voor kinderen die het Nederlands als tweede taal moeten leren). Spelling van woorden en de werkwoordsvormen worden expliciet behandeld met behulp van "Spelling in Beeld", een speciaal spellingsprogramma. Kinderen oefenen ook met de digitale versie van dit programma.  

Schrijven 
Na de oefeningen bij de kleuters aan de hand van de methode "Pennenstreken" ter voorbereiding op het schrijven, beginnen we in groep 3 met het schrijfonderwijs op blaadjes en in werkboekjes, ook volgens de methode "Pennenstreken". Sinds september 2016 werken we in groep 3 met de blokschrift-versie en niet meer met het lopend schrift. Deze nieuwe manier van schrijven wordt gefaseerd ingevoerd en zal uiteindelijk in de groepen 3 t/m 8 worden gehanteerd. De kinderen schrijven tot en met groep 3 met 3-kantige potloden. In de loop van groep 4 gaan de kinderen schrijven met een goede fijnschrijver. Tot en met groep 8 blijven de kinderen met deze pen schrijven. 

Rekenen 
In de groepen 1-2 vindt al voorbereidend rekenonderwijs plaats (teloefeningen en het bijbrengen van getalbegrip, begrippen als meer, minder, evenveel enz.). Er wordt gebruik gemaakt van lessen uit de methode "Schatkist".  De methode "Wereld in Getallen" wordt gebruikt in de groepen 3 t/m 8. Met deze methode wordt gedifferentieerd gewerkt aan de kerndoelen voor rekenen. Er is aandacht voor zowel het traditioneel als het realistisch rekenen.  

Wereld oriënterende vakken 
In de groepen 1-2 wordt gewerkt vanuit thema's. Deze komen vooral uit de methode "Schatkist". Bovendien kijken alle groepen het schooltelevisieprogramma "Koekeloere". 

De groepen 3 en 4 maken gebruik van de schooltelevisieprogramma's "Huisje, Boompje, Beestje" en "Klokhuis". Vanaf groep 5 werken we per kennisgebied met verschillende methodes. 

Uit het aanbod van de schooltelevisie voor groep 5 t/m 8 kiezen we een reeks lessen. Ook computerprogramma's en internet worden ondersteunend aan de wereld oriënterende vakken ingezet. Tijdens diverse lessen komen ook maatschappelijke verhoudingen, geestelijke stromingen, gezond gedrag, sociale redzaamheid en verkeer aan bod. 

Geschiedenis 
"Wijzer door de tijd" is de methode die bij de geschiedenislessen in de groepen 5 t/m 8 wordt gehanteerd. We beginnen in groep 5 aan de hand van een aantal thema's met een globale verkenning van de geschiedenis. In de groepen 6, 7 en 8 worden de verschillende tijdvakken chronologisch behandeld. De groepen 6 bezoeken jaarlijks het Prehistorisch Dorp. 

Aardrijkskunde 
In de lessen van aardrijkskunde wordt de methode "Geobas-4" gebruikt. In groep 5 en groep 6 wordt eerst Nederland behandeld. De kinderen leren dan tevens te werken met een atlas. Vervolgens komen Europa en de andere werelddelen in de groepen 7 en 8 aan bod. 

Natuur en techniek 
"Argus Clou" is de methode die wordt gebruikt in de groepen 4 t/m 8. Dit is een gecombineerde Natuur- en Techniekmethode. Verder wordt er gebruik gemaakt van het aanbod van de schooltelevisie, zoals bijvoorbeeld de series "Huisje boompje beestje" en "Nieuws uit de Natuur".  

In de herfst en/of het voorjaar gaan we met de kinderen de natuur in om een boswandeling te maken. Ook een bezoek aan De Genneper Hoeve en de Heemtuin behoort tot de mogelijkheden, net als een wandeling door de Peel. De groepen 7 hebben dicht bij de school een paddenpoel geadopteerd. Enkele malen per jaar gaan ze daar naartoe voor werkzaamheden en observaties. De groepen 8 helpen elk jaar met het onderhoud van een heidegebied in de omgeving van school. 

Alle groepen kunnen gebruik maken van ons handvaardigheid- en technieklokaal, waar groepen de mogelijkheid hebben om proefjes te doen en met diverse materialen en gereedschappen om te leren gaan. 

Actief burgerschap 
Onze school vindt actief burgerschap belangrijk, omdat wij graag willen dat onze leerlingen betrokken burgers worden die een bijdrage kunnen en willen leveren aan een betere wereld. 

Scholen in primair en voortgezet onderwijs worden gevraagd om aandacht te besteden aan ''sociale integratie" en "actief burgerschap".  Niet als een vak apart, maar geïntegreerd in bestaande vakken en het huidige schoolcurriculum. 

Een belangrijk streven voor de school is leerlingen te vormen tot de zelfstandige, mondige en kritische burgers waar de samenleving om vraagt. Actief burgerschap en sociale integratie vinden wij op onze school belangrijk. De inventarisatie van het aanbod en de opvattingen van de teamleden hierover, bieden voor de school aanknopingspunten om de eigen visie aan te scherpen. Ook kan de school zich op deze punten duidelijker profileren naar de buitenwereld zoals naar de huidige en aankomende ouders, maar ook naar samenwerkingspartners in de brede school.  
Daarnaast vormt de verzamelde informatie een goede basis om beleidsdoelen en concrete aanpakken voor te stellen en deze specifiek af te stemmen op de jaargroepen. Hiermee kan de school een belangrijke stap zetten bij het realiseren van een planmatige aanpak van burgerschap. 

Sommige leermiddelen richten zich specifiek op burgerschap. Andere zijn ontwikkeld voor een ander vak, maar lenen zich ook voor burgerschap. Actief -en goed burgerschap komt voor in alle vakgebieden. Met name bij de zaakvakken en sociaal emotionele ontwikkeling.    
                                           
Doelen in de onderbouw zijn o.m.:  elkaar helpen, omgaan met elkaar, ik en mijn familie, mijn omgeving, milieu, leven met de natuur, gezonde leefstijl, wonen en werken, reizen.

Doelen in de bovenbouw zijn o.m.:  integratie, seksuele voorlichting, gevoelens, verkiezingen, religies en andere culturen, omgaan met geld, debatteren, wetten.

Sociaal- emotionele ontwikkeling 
In het algemeen spreken we van een geslaagde sociaal emotionele ontwikkeling als kinderen goed met andere kinderen omgaan en in staat zijn bij de leeftijd passende problemen op te lossen. Sociale competenties zijn sterk bepalend voor toekomstig sociaal gedrag van kinderen.  We maken gebruik van de methode "Kinderen en hun sociale talenten" van Kwintessens. In deze methode komen de competenties jezelf presenteren, opkomen voor jezelf, aardig doen, een keuze maken, omgaan met ruzie, samenwerken, een taak uitvoeren en ervaringen delen aan bod. Leerkrachten hebben de mogelijkheid om op basis van wat er in de groep speelt een passend aanbod te bieden.  

Expressieactiviteiten 
In alle groepen wordt op een passende en voor de leeftijd geschikte manier aandacht besteed aan tekenen, handvaardigheid, muziek en drama. Wij hebben op school diverse methodes die als bronnenboek gebruikt kunnen worden. Hiernaast doen wij veel ideeën op via diverse internetsites. We hebben een handvaardigheid-/technieklokaal waarover elke groep wekelijks een bepaalde tijd de beschikking heeft. 

Naast de lessen die volgens het reguliere programma gegeven worden, heeft elke bouw een aantal creatieve workshops per jaar. Tijdens deze crea-workshops krijgen de leerlingen in gemengde groepen les op verschillende expressiegebieden, waarbij andere materialen en technieken gebruikt worden dan tijdens de reguliere lessen. Dansles, metselen, werken met vilt, timmeren en koken zijn hier een paar voorbeelden van.  

Een keer per jaar neemt een groep deel aan een toneelochtend. Leerlingen treden dan voor elkaar op. Bij deze ochtend zijn ouders en andere belangstellenden van harte welkom om te komen kijken. Ook is er twee keer per jaar een Open Podium. Hier kunnen leerlingen zich individueel of met een groepje voor inschrijven. Ook hierbij zijn ouders zijn van harte welkom. 

In samenwerking met Cultuurstation bezoekt elke jaargroep jaarlijks een theatervoorstelling of een museum. Er kunnen ook gastlessen op school verzorgd worden. 

Om het jaar hebben we met het hele SPIL-centrum een schoolbreed project. 3 à 4 weken lang staat de school in het teken van dit project. Het project wordt afgesloten met een tentoonstelling, waarbij in alle klassen/ruimtes te zien is waar de kinderen aan hebben gewerkt. 

Verschillende werkstukken van de leerlingen zijn op school in een doorlopende expositie in de gangen tentoongesteld. 

Gymnastiek 
In alle groepen krijgen de kinderen twee gymnastieklessen per week. Een uur wordt gegeven door onze vakleerkracht gymnastiek. De andere lessen worden gegeven door de groepsleerkrachten. 

Tijdens de gymnastiekles dragen de kinderen een sportbroek met sportshirt of een turnpakje. De kinderen kleden zich om in de kleedruimte van de gymzaal. De gymzaal mag uitsluitend met gymschoenen (geen zwarte zool) betreden worden. Elk kind brengt zijn gymspullen op de dagen dat het gymnastiek heeft mee naar school en neemt zijn spullen diezelfde dag ook weer mee naar huis, zodat de gymnastiekkleding gewassen kan worden. Na elke gymles mogen de kinderen zich afspoelen onder de douche. Om zich daarna af te drogen nemen de kinderen zelf een handdoek mee.  

Voor de kleuters van de groepen 1-2 geldt een iets afwijkende regeling. Elke kleuter bewaart namelijk zijn gymschoenen en -kleding aan de kapstok in een tasje dat door de school beschikbaar wordt gesteld. Deze tas blijft op school en voor elke vakantie worden de kleren meegegeven om te worden gewassen. In groep 6 worden tien gymlessen in de periode oktober t/m december 2018 vervangen door schaatslessen op de kunstijsbaan aan de Antoon Coolenlaan. De kosten van deze lessen worden betaald uit de vrijwillige ouderbijdrage.  

Plusklas 
Het is onze visie dat meer- en hoogbegaafde kinderen even veel recht hebben op onderwijs en zorg op maat als alle andere leerlingen. Voor hen wordt in de klas een minimumprogramma opgesteld, waarin alleen de essentiële elementen uit de leerstof zijn opgenomen. Of er wordt een selectie gemaakt uit de oefenstof, waarbij vooral de hoeveelheid herhalingsstof wordt verminderd. Daarnaast krijgen deze leerlingen verrijkingsstof aangeboden. 

Voor de leerlingen waarbij deze verrijkingsstof binnen de groep niet toereikend is, hebben wij voor de groepen 3 t/m 8 de plusklas opgericht. Plaatsing in de plusklas wordt altijd besproken met IB, leerkracht, ouders en kind. Er wordt gekeken of de leerling voldoet aan de criteria om deel te nemen aan de plusklas. Meer informatie hierover kunt u vinden in het "Protocol excellente en hoogbegaafde leerlingen." 

Wat gebeurt er in de plusklas? 
De kinderen komen één dagdeel naar de plusklas. Ze worden hierbij begeleid door twee leerkrachten met affiniteit voor de hoogbegaafde leerling, Debora Stas en Marlous Lenssen. 

Wij vinden het belangrijk dat kinderen leren leren, leren denken en leren leven. Met de plusklas hebben wij de volgende doelen voor ogen: 

•Gemotiveerd blijven 

•Leren leren 

•Leren denken 

•Leren plannen, structuur aanbrengen, afmaken waar je aan bent begonnen 

•Plezier houden, of weer plezier krijgen in het leren 

•Onderpresteren voorkomen of verhelpen 

•Positief zelfbeeld opbouwen 

•Samenwerken, samenwerkend leren 

Om deze doelstellingen handvatten te geven, maken we gebruik van projecten, waarbij  aandacht besteed wordt aan de hogere denkvaardigheden. Daarnaast werken de leerlingen ook aan individuele doelen, die middels kindgesprekken vorm worden gegeven. 

ICT 
In een snel veranderende en vernieuwende wereld willen wij innovatief en interessant onderwijs bieden. Wij vinden het belangrijk dat leerlingen zich ontwikkelen op het gebied van ICT, omdat dit steeds belangrijker wordt in de digitale toekomst. We werken aan de ICT-basisvaardigheden, maar ook hebben we aandacht voor mediawijsheid en de 21st century skills. We beschikken over verschillende digitale middelen, die bijdragen aan ons ICT-onderwijs. In ieder klaslokaal bevindt zich een digibord, waarmee gewerkt kan worden. Ook beschikt iedere klas over een iPad, die voor verschillende zaken kan worden ingezet. In de groepen 3 t/m 5 zijn er meerdere computers in de klas aanwezig, waarmee de leerlingen kunnen werken. Ook is er een laptopkar, die roulerend door de school gebruikt wordt.   

We werken met een ICT-leerlijn, zodat alle leerlingen zich ontwikkelen op dit gebied. In de onderbouw leren de leerlingen vooral hoe je werkt met een digitaal apparaat, kennen ze bepaalde basisbegrippen en kunnen ze standaardtoepassingen uitvoeren. In de bovenbouw wordt vooral gewerkt aan mediawijsheid, het werken in de Cloud, werken met Word/Powerpoint/Excel en een uitbreiding van het beheren van digitale apparaten.    

Chromebooks 
In groep 6 t/m 8 werken de leerlingen op een Chromebook. Iedere leerling heeft een gepersonaliseerde Chromebook. Op het gebied van rekenen en spelling werken we met de adaptieve verwerkingssoftware van Gynzy, waardoor leerlingen op hun eigen niveau kunnen werken en zich op maat kunnen ontwikkelen. We kunnen de leerlingen hierdoor op hun eigen niveau uitdagen en er is meer ruimte voor persoonlijke aandacht. Verder worden de Chromebooks ook ingezet voor andere zaken, zoals het werken aan projecten, lessen over mediawijsheid etc.   

De bibliotheek  
Sinds oktober 2013 is er op SPIL-centrum Floralaan een bibliotheek aanwezig voor kinderen van 0 t/m 12 jaar. Dat betekent dat de kinderen van SALTO-school Floralaan voortaan in hun eigen bibliotheek terecht kunnen voor het lenen van boeken. De bibliotheek op school is alleen bedoeld voor de kinderen van het SPIL-centrum.  Wilt u zelf boeken lenen dan kunt u daarvoor terecht in de centrale bibliotheek. 

Boeken voor elk kind en elke groep 
De kinderen mogen op school 3 boeken lenen. Ze mogen deze boeken op school houden of mee naar huis nemen. Meer boeken lenen kan wel, maar dan moet er een bezoek worden gebracht aan de centrale bibliotheek aan de Emmasingel. Onder schooltijd is er per klas een uur per week gereserveerd waarop de kinderen naar de bibliotheek kunnen gaan. Voor de tijden kunt u bij de groepsleerkracht terecht. Tijdens deze tijd hebben de kinderen een schoolpas.  

Boeken lenen voor thuis 
Natuurlijk is er ook een mogelijkheid om boeken voor thuis te lenen. Dit kan in de SPIL-bibliotheek maar ook in de centrale bibliotheek aan de Emmasingel. Om boeken voor thuis te lenen heeft uw kind een eigen bibliotheekpasje nodig. Als uw kind al een geldig pasje van de bibliotheek Eindhoven heeft kunt u dit gewoon blijven gebruiken. Anders kunt u een pasje aanvragen bij de centrale bibliotheek aan de Emmasingel of via Liesbeth van Glabbeek (leescoordinator).  Lid worden kan al vanaf 0 jaar! 

In de SPIL-bibliotheek kunt u samen met uw kind kinderboeken lenen op woensdagen van 12.30 uur tot 14.30 uur en op vrijdagen van 15.15 uur tot 17.00 uur. Ingang via de hoofdingang van school. De SPIL-bibliotheek zal op deze tijd ''onbemand'' open zijn, echter streven we ernaar dat er een vrijwilliger aanwezig is. U dient zelf de boeken die u leent of weer inlevert, te scannen bij het uitleenapparaat. Het beeldscherm werkt als een Touch screen.  Als u een knop (inleveren, uitlenen, verlengen) aanraakt, vertelt het beeldscherm precies wat u moet doen.  

De boeken mogen 3 weken worden geleend. Als de uitleentermijn bijna verstreken is ontvangt u een e-mail bericht met het verzoek om de boeken terug te brengen.  

Boeken reserveren of de uitleentermijn verlengen kan in de bibliotheek of thuis via mijnbibliotheek www.bibliotheekeindhoven.nl